
Een wielrenner rijdt een tijdrit over een afstand van 18 km in 24 minuten. Zijn gemiddelde snelheid is dan
Er zijn twee meetpunten op het parcours, de eerste na 5 km, de tweede na 12 km. Tussen de twee waarnemingen zit 9 minuten. Dan is de gemiddelde snelheid tussen de twee meetpunten gelijk aan
Op gelijke wijze kunnen we voor een willekeurige functie f de gemiddelde stijging (of daling) op een interval berekenen.
Zij I\subseteq \mathbb{R} een interval binnen het domein van de functie f.
Voor a< b\in I is \Delta f(a,b):= f(b)-f(a) en \Delta x:=b-a.
Het differentiequotiënt \frac{\Delta f}{\Delta x}(a,b) is gedefinieerd als
Vaak wordt, als de punten a en b gegeven zijn het differentiequotiënt tussen a en b geschreven als \frac{\Delta f}{\Delta x}, zonder vermelding van a en b.
Als f een lineaire functie is, bijvoorbeeld
Inderdaad, voor alle a< b geldt
Stel f(x)=x^2-3x+2. Dan is