
Zij C de cirkel met straal 1 en middelpunt in de oorsprong.
Bij elke draaiingshoek \alpha hoort een punt A op de cirkel, dat verkregen wordt door het punt (1,0) over een hoek \alpha (in graden of radialen)
om de oorsprong te draaien. Hierbij is een draaiing over een positieve
hoek een draaing tegen de klok in, en een draaiing over een negatieve hoek met de klok mee.
De waarde van de x-coördinaat van A
is de
| 0 | \frac{\pi}{6} | \frac{\pi}{4} | \frac{\pi}{3} | \frac{\pi}{2} | |
| \sin | 0 | \frac{1}{2} | \frac{1}{2}\sqrt{2} | \frac{1}{2}\sqrt{3} | 1 |
| \cos | 1 | \frac{1}{2}\sqrt{3} | \frac{1}{2}\sqrt{2} | \frac{1}{2} | 0 |
Voor welke \alpha geldt dat \sin \alpha=\frac{1}{2}?
De horizontale lijn y=\frac{1}{2} snijdt de cirkel C met straal 1 en middelpunt in de oorsprong in twee punten: (-\frac{\sqrt{3}}{2} , \frac{1}{2}) en (\frac{\sqrt{3}}{2} , \frac{1}{2}). De bijbehorende hoeken zijn \alpha=\frac{5\pi}{6} en \alpha=\frac{\pi}{6}. Maar dan verschillen alle oplossingen van de vergelijking \sin \alpha=\frac{1}{2} een veelvoud van 2\pi van een van deze twee oplossingen. We vinden dus
Wat is \cos(\frac{31\pi}{6})?
Er geldt: \frac{33\pi}{6}=6\pi-\frac{5\pi}{6}. Dus \cos(\frac{31\pi}{6})=\cos(-\frac{5\pi}{6})=\cos(\frac{5\pi}{6})=-\cos(\pi-\frac{5\pi}{6}).
Dus \cos(\frac{31\pi}{6})=-\cos(\frac{\pi}{6})=-\frac{1}{2}\sqrt{3}.
Voor welke waarden van \alpha is \sin\alpha maximaal?
De waarde van \sin\alpha is maximaal 1, en deze wordt aangenomen voor \alpha=\frac{\pi}{2}+2k\pi, waarbij k\in \mathbb{Z}.